Overslaan en naar de inhoud gaan

Vergulde elegantie

Een met bladgoud verguld, elegant ‘torentje’ in kwaliteitsvol eikenhout. Schilderingen van de hoogste kwaliteit en met gebruik van het dure pigment ultramarijn voor de blauwe gewaden. Geschilderd door een inventieve, onbekend gebleven kunstenaar van de generatie vóór Jan van Eyck. Dit topstuk moet gemaakt zijn voor een belangrijke opdrachtgever.

De hoogste kringen

Fritz Mayer van den Bergh (1858-1901) was gefascineerd door de Vlaamse Primitieven en begeesterd door kunstwerken uit de periode die daaraan voorafging en die grote invloed had op de volgende generaties. In de schilderkunst staat die bekend als ‘het pre-Eyckiaanse realisme’. Jan van Eyck was het ijkpunt.

Dit stuk verwierf Mayer in 1898 bij de aankoop van de integrale collectie van verzamelaar en restaurator Carlo Micheli in Parijs. Volgens een eerdere 19de-eeuwse eigenaar had het gestaan in het kartuizerklooster in Champmol bij Dijon, een stichting van de Bourgondische hertog Filips de Stoute waar ook de hertogelijke grafkapel zich bevond. Een bewijs van die aanwezigheid is er niet, maar dat het torenretabel voor de hoogste kringen is gemaakt, is wel duidelijk. Daar wijst de dure en technisch hoogstaande uitvoering op, zowel van de schilderingen als van de decoratieve motieven die met stempels en patronen op de gouden achtergronden zijn aangebracht, en met drijfwerk, een techniek waarbij de achterkant van een oppervlak wordt bewerkt om aan de voorkant een reliëf te creëren. Waar het werk is gemaakt, daar is bij kenners discussie over: Frankrijk? De Rijn- en/of Maasstreek? De Zuidelijke Nederlanden?

Centraal zien we een lege nis op een vierkante basis. Bovenaan loopt de baldakijn uit op een hoge, met traceerwerk opengewerkte toren. Aan weerszijden wordt de nis geflankeerd door twee volledige en twee halve zijluiken, bovenaan afgesloten met respectievelijk hele en halve puntvormige bogen. In gesloten toestand sluiten ze de nis af.

 

Jezus’ kindertijd

Wat is er op de zijluiken te zien? Vijf taferelen uit de prille kindertijd van Christus, verdeeld over acht beeldvlakken.

Scène één: Links boven is Jezus pas geboren in een bouwvallige stal en houdt Maria hem in het ‘kraambed’ in haar armen. De ezel en os waken en zorgen voor dampende warmte, en de oude Jozef droogt een luier bij een vuurtje. Achter een hek komen drie herders eer betuigen. Op het halfluikje links houdt ook de vroedvrouw Zelomi een luier vast. Zij is een personage uit zogenaamde apocriefe teksten, met verhalen die niet in het evangelie voorkomen.

© foto Ans Brys

Scène twee: onder het geboortetafereel aanbidden de drie wijzen het kind op Maria’s schoot en brengen ze hun gouden geschenken aan. De oudste koning knielt, Jezus raakt zijn voorhoofd aan én reikt gretig naar de schaal. De tweede koning zal uit respect zijn kroon afzetten en de jongste nadert op het halve luikje.

© foto Ans Brys

Scène drie: Op het rechterluik bovenaan presenteert Maria de bange kleine Jezus in de tempel. De hogepriester Simeon staat klaar aan de andere kant van het altaar. Zowel Maria als Simeon is vergezeld van een begeleider. Het gebeuren speelt zich af onder een baldakijnvormige zoldering met ribgewelven en met daarboven een toekijkende engel. Op het halfluikje rechts draagt een dienstmaagd in een mandje duifjes aan als offergave. Zij staat buiten.

© foto Ans Brys

Scène vier: Onderaan op het rechterluik zien we tot slot twee opeenvolgende gebeurtenissen: links de dramatische kindermoord door soldaten van de tronende Herodes – de vijf personages lijken wel een massagebeuren te vormen – en rechts de vlucht van Maria en Jozef met hun baby naar Egypte, op de vlucht voor de massamoord. Maria zit schrijlings op een ezel met haar rug naar de toeschouwer (en naar de scène met de kindermoorden), Jozef kijkt achterom.

 

Traditioneel en nieuw

Recent onderzoek met infraroodreflectografie onthulde dat de onbekende kunstenaar heeft gewerkt met een trefzekere voorbereidende tekening in zwarte inkt. Hij streefde naar een voor zijn tijd vernieuwend en expressievol realisme, naar een plastische weergave van de beweeglijke personages die met elkaar in interactie gaan, én naar het uitdrukken van emoties: tederheid, respect, angst, ouderliefde... Hij experimenteerde ook met het perspectief in de weergave van de gebouwen, de tronen, het landschap.

De inhoud van de diverse episodes was traditioneel, zowel in de schilderkunst als in de beeldhouw- en miniatuurkunst, maar deze schilder bracht ook nieuwe motieven binnen, zoals de ingeduffelde Maria op de vlucht naar Egypte en de engel die een ster draagt bij de aanbidding door de wijzen. In het beperkte kleurgebruik overwegen rood en blauw bij de personages, en voor de gebouwen en de natuur groen en bruin.

Een torenretabel?

Wat was de functie van dit kerkelijke prachtstuk? Dat is voer voor discussie. Was het een reliekhouder, met in de centrale en nu lege nis misschien een reliek? De vergulding – een nabootsing van edelmetaal – kan daarop wijzen. Of bekroonde het torentje als retabel een groot altaarstuk in een kerk? Stond er in de nis een houten heiligen- of Mariabeeld? Dat was in elk geval de functie van de allermeeste torenretabels die bewaard zijn gebleven. Dat weten we van voorstellingen in miniaturen en op schilderijen uit de Zuidelijke Nederlanden.

De keuze voor scènes uit het leven van de kleine Jezus maakte dit retabel in elk geval uitermate geschikt binnen een eucharistische context. De taferelen brengen de menswording van Christus en zijn rol als toekomstige verlosser in beeld. Als bekroning paste dat perfect op een retabel dat het einde van Jezus’ leven in beeld bracht: zijn lijden, dood en verrijzenis.

© foto Ans Brys

 

Specificaties

  • Zuid-Nederlands
  • Torenretabel met Kindheidscyclus, eind 14de eeuw
  • Eik, 137 x 47,5 cm. Luiken elk 58 x 11,2 en halfuiken elk 58 x 6,3 cm

 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief